SOS EL Mystica 1: brood

brood 12 Comments »

Begin maart introduceerde ik een nieuw concept op Kokeneten: SOS EL Mystica. In navolging van SOS Piet op VTM ga ik bij mensen langs en help hun bakproblemen op te lossen. Mensen kunnen gewoon een mailtje sturen naar info@broodjeliefde.be en dan neem ik wel contact op.

Vorige zaterdag ging ik langs bij Anne. Anne had problemen met haar meergranenbrood. De korst was nogal dik, het brood leek uit elkaar te vallen, soms viel het in, nog voor het in de oven ging, het was te donker, …

Dus gingen we aan de slag.
Er bestaat niet zoals iets als een exact recept voor brood. Elke zak bloem die je koopt is anders. Een ander tarweveld heeft bvb meer of minder zon gekregen, langer water moeten verdragen, … Brood moet je dus voelen, ervaren.

Wel is er zoiets als een basisrecept. Een basis die je verhoudingen vastlegt.
- 1000 gram water
- 1700 gram bloem
- 35 gram gist
- 30 gram zout
- 30 gram olie
- 20 gram meelverbeteraar (die vind je in halve kiloverpakking in het AVEVE-tuincentrum)

Dat is de basis voor drie broden ( basisregel: 1 liter water = 3 broden van 900 gram ).

Anne wilde een meergranenbrood, maar omdat ze een bloemmengeling heeft die ze te donker vindt, kiest ze voor 1 kg meergranenbloem, en 600 gram witte bloem.

We laten eerste de witte bloem (600 g) weken met al het water gedurende 15 minuten. Gewoon samen in de mengkom doen, een minuutje laten draaien en laten rusten. Dit doen we om de gluten van de bloem te laten weken en ze iets elastischer te maken.

Daarna voegen we alle ingrediënten toe, behalve het zout. Anne gebruikte boter, en in een grotere hoeveelheid, omdat ze van een ietwat vettiger brood houdt. Boter heeft het nadeel na het bakken op te stijven, waardoor de structuur van de broodkruim stijver wordt, waardoor het brokkeliger wordt. Olie is bovendien beter omdat het vlotter inmengt.

En het zout? Het zout voegen we toe als de andere grondstoffen goed vermengd zijn. Zout en suiker verbranden gist bij direct contact, dus dat proberen we te vermijden.

We kneden ongeveer 15 minuten in de traagste stand van de Kenwood. Het deeg voelt elastisch aan, maar kan eventueel nog plakken aan de bodem.

We strooien wat bloem op de werktafel, storten ons deeg erop en maken één grote bol van ons deeg. Deze laten we nu afgedekt 20 à 25 minuten rijzen. Let erop dat het deeg ongeveer een derde moet vermeerderen in volume. Warmte en vocht zijn hierbij belangrijk. Zet nooit een deeg in de tocht. Ook nooit op de verwarming: het deeg warmt te snel op, de gist begint versneld te werken en het deeg ‘rot’. Best zet je het bvb in een kast met een handdoek erover, of in een oven met rijsfunctie (35°C max).

Daarna halen we het deeg uit de kom, storten het op een gebloemde tafel, en kloppen we het plat. Helemaal plat, jaja. Gist zet suikers om in alcohol en koolzuurgas. Dat gas moeten we af en toe uit ons deeg kloppen, om zo verse lucht in te werken en een zuring in het deeg te vermijden.

Nu wegen we ons deeg af en drie stukken. We bollen ze mooi op en leggen ze elk apart in een kom, en laten ze nog eens 25 minuten rijzen. Opnieuw letten we erop dat ons deeg een derde vermeerdert in volume. Gaat dit sneller dan in 25 minuten, dan moeten we uiteraard sneller gaan verwerken.

Dan nemen we elk deegstuk apart, kloppen het goed plat, en maken we er ons brood van. Ofwel maak je een rond brood: plooi het deeg in twee, draai een kwartslag, plooi in twee, draai een kwartslag, plooi in twee, en bol nu verder op met beide handen. We letten erop dat onze bovenkant mooi glad is, de lelijke plooizijden moeten onderaan blijven. Voor een lang brood klop je je brood tot een rechthoek. plooi de zijkanten 5 cm naar binnen en rol nu van boven naar beneden je brood op, er op lettend dat het mooi strak opgerold wordt.

Leg de broden nu in een vorm of op een bakplaat. Opnieuw laten we ons brood rijzen.

Hoe zie je nu of een brood genoeg gerezen is? Je drukt met je vinger in je brood, een cm diep. Komt het terug omhoog, dan is het nog niet genoeg gerezen. het mag niet meer dan een 2-tal mm omhoog komen.

Hoe bakken we best af?
Brood heeft een “schrik-effect” nodig. Een intense warmte die alle aanwezige lucht en alcohol doet uitzetten, waardoor het brood luchtig wordt en omhoog gaat. Dat moet snel gebeuren, voordat de eerste korstvorming plaats vindt.

Daarom gaan we onze oven voorverwarmen op 250 graden. Geen uur op voorhand, uiteraard. We plaatsen onze broodvormen of onze bakplaat halverwege ongeveer, liefst op een rooster. Onderaan in de oven leggen we ook een bakplaat, die mee opwarmt met de oven. Op het ogenblik dat je je brood in de oven plaatst, giet je daar een half tasje water op. Zo krijg je een blinkende korst.

Zodra onze broden in de oven zitten, verlagen we onze oven naar 210 - 220 graden. Dat hangt af van oven tot oven, maar let er op dat bij een correcte temperatuur je brood op 45 minuten gebakken moet zijn. 10 minuten voor het einde van de baktijd zet je even je oven open om dampen te laten ontsnappen zodat je brood goed uitgebakken is.

Een goed uitgebakken brood? Hoe zie je dat dan? Je klopt op de onderkant van je brood. Als het hol en helder klinkt is het goed, als het te dof klinkt, moet het nog wat langer bakken.

Anne haar nieuwe broodjes

Ik wil bij deze mijn proefkonijn Anne bedanken voor de koninklijke ontvangst. We hebben samen nog een biscuittaart gebakken en afgewerkt, en hebben nog heel wat extra recepten en tips gedeeld.

Heb jij ook een dessert of brood dat niet altijd lukt? Aarzel niet langer en mail naar info@broodjeliefde.be!

SOS EL Mystica

desserts, brood 8 Comments »

Ik vind ‘m geniaal, SOS Piet.
Voor mij het beste kookprogramma op TV. Niet omwille van zijn sappig dialect, zijn innige omhelzingen bij menige huisvrouwen, maar wel om zijn programmaconcept.

Elk programma gaat prat op het volgende principe: een professionele kok toont in een überingerichte keuken een uiterst complex recept waar enkel de gevorderde keukenpiet zich doen aan ziet.

SOS Piet is anders. Piet komt bij mensen thuis, in hun eigen keuken, en werkt hun recept af waar het fout gaat. Hoe leuk is het niet om je eigen recept te zien slagen? Je eigen creatie, vindingrijkheid en durf.

Maar Piet is kok, geen bakker. En daar gaat het nog vaak mis. En laten we daar net iets aan kunnen verhelpen…

Vanaf heden kan je hier je bakkers-probleem voorleggen. Heb je een probleem met zwaar brood, slappe chocomousse, platte éclairs, … ? Laat me iets weten. Mail je recept, werkwijze en probleem naar info@broodjeliefde.be. Foto’s mogen ook, maar hoeft niet. Vanaf 1 april kom ik aan huis jouw probleem oplossen. Jouw recept, jouw creatie in jouw keuken. Met af en toe een geheimpje uit de bakkerij ( een eigen kruidenmolentje heb ik nog niet… ) voegen we zelfs een beetje extra magie toe.

Heb je enkele vrienden en vriendinnen die ook wel een problematisch dessert serveren? Nodig ze uit, en we maken er een lesnamiddag van!

Kost dat wat? Neen, het enige dat ik vraag, is dat jij of iemand anders enkele foto’s trekt voor kokeneten.be. Zo kunnen we allemaal leren uit elkaars fouten…

Niet vergeten: info@broodjeliefde.be

Speculoos

desserts 5 Comments »

Of is het toch speculaas? Geen idee, maar het is in elk geval voor beide de tijd van het jaar!

Nathalie had via de kokeneten-mailbox naar een goed recept gevraagd, en omdat ik er de laatste weken al ettelijke kilo’s zag voorbij komen, ken ik het toch van buiten. :)

Speculoos(-aas):

275 gr boter
400 gr bruine suiker
50 gr water
1 ei
600 gr bloem
5 gr bicarbonaat
5 gr bakpoeder
1 gr kaneel
1 gr speculooskruiden

Huh? Wat is dat allemaal?
- Bicarbonaat is nodig om het bakpoeder te “activeren”. Als je een samengesteld bakpoeder gebruikt, hoef je enkel bakpoeder te nemen, uiteraard. Bicarbonaat vind je bij de drogist, betere bakwinkel of supermarkt, of in België in de grotere AVEVE-winkels. Mag ik zelfrijzende bloem gebruiken? Van mij mag je alles, maar het gaat iets minder goed openlopen. Zelfrijzende bloem bevat minder bicarbonaat dan nodig.

- Speculooskruiden: een kant-en-klare mengeling van allerlei kruiden. Kan ik ze allemaal afzonderlijk toevoegen? Het kan, maar ik raad het niet aan: je kan zo’n kleine gewichten nooit exact genoeg afwegen, en sommige kruiden zouden onmiddellijk overheersen.
- Kaneel: ja, kaneel zit ook in die mengeling, en ja, je ruikt het al genoeg. Maar toch voegen we er nog wat toe.

Bereiding
Vrij eenvoudig :)

- Neem koude boter en bewerk die even: neem een vel bakpapier en leg dat op de werktafel. “Gooi” je boter op dat papier. Herhaal dit een paar keer, tot de boter wat “platter” wordt. Plooi de boter in twee en herbegin. Herhaal dit alles tot de boter elastisch aanvoelt. Mensen met een keukenrobot kunnen daarvoor de K-vormige vlinder gebruiken.

Maar moet ik dat niet cremeren? Nee, echt niet. Als we zouden cremeren, gaat de suiker teveel oplossen in de slappe boter, en net dat willen we niet.

- Doe de boter in een kom, voeg de suiker toe en roer goed door met een houten lepel (of met de handen, als je graag naar Ghost keek… )

- Meng alle kruiden en poeders door de bloem

- Doe het ei bij het water.

- Voeg bloem en water toe aan het deeg en kneed alles door tot de ingrediënten homogeen vermengd zijn. Dit is geen brood dus blijven kneden hoeft niet, integendeel.

- Laat het deeg nu afkoelen in de frigo, ingepakt in plastic.

- Rol het deeg uit en maak figuurtjes. Hoe zotter, hoe beter. Het is tenslotte het feest van de kinderen, nietwaar? :)

- Verwarm de oven voor op 180 graden

- Leg de koekjes op een lichtgeboterde plaat ( liever geen bakpapier )

- Afbakken gedurende 12 tot 15 minuten (hangt af van de grootte van het koekje, uiteraard)

Smakelijk, en vergeet het schoentje niet te zetten, hé !

Nationale feestdag: biefstuk met frieten!

bijgerecht 2 Comments »

1946838712_1999998444_friet1.jpg

Een gelukkige nationale feestdag!
Voor niet-Belgen: 21 juli is de nationale feestdag voor de Belgen. Het is de dag dat Leopold van Saksen-Coburg-Gotha de eed aflegde als eerste koning der Belgen.

Een nationale feestdag moet gepaard gaan met een nationale menu: biefstuk met frieten.
Hoewel heel wat mensen tegenwoordig frieten kopen in de diepvriesafdeling uit de supermarkt, verkies ik nog altijd de verse friet. En wat is er een betere dag om frieten te leren bakken?

De aardappel
Kies bij voorkeur een zetmeelrijke aardappel, met een goeie stevigheid. Onze nationale trots “het bintje” is daarvoor het best geschikt. Maar ook andere soorten zoals de Agoria of Victoria zijn goeie aardappelen.

Is dat dan zo belangrijk?
Ja. En neen. Vroege soorten als de Annabelle, Finka of Minerva zijn minder geschikt. Ze bevatten minder zetmeel en zijn ook glaziger. Daardoor bakken ze niet mooi bruin, en zijn ze ook minder knapperig. Mits enkele extra stappen kan je ze nog altijd goed gebruiken voor frietjes.

Verwerking
Aardappelen was je best grondig. Het zijn grondgewassen die vrij frequent gesproeid worden tegen diverse ziekten en plagen. Hoewel ze niet gerooid worden vooraleer alle insecticiden volledig uitgewerkt zijn, kan je ze toch best mooi wassen.
Bij het schillen er vooral op letten dat de groene delen ( = giftig!!! ) en de kaarsen verwijderd zijn.

Frieten hebben een dikte variërend van 9 mm tot 18 mm. Engelse frieten gaan tot ruim 3 cm dikte, maar zijn niet vergelijkbaar. frieten kan je bevoorbeeld snijden met een mandoline.

mandoline-2.jpg

Na het snijden van de frieten spoel je de frieten in overvloedig koud water. Door het snijden komt heel wat zetmeel vrij. Dat zetmeel gaat bij het bakken in de frietketel achter blijven, waardoor je frituurolie sneller kapot gaat.

Dan droog je de frietjes mooi af, anders gaat je frituurolie nogal vreemde dingen doen :)

Bakken
Je kan kiezen voor frituurvet of frituurolie. Persoonlijk geef ik nog altijd de keuze aan frituurolie. Vet gaat sneller kapot, geeft een vettere friet en beschadigt de frietketel sneller. Als je voor een frituurolie kiest, zorg er dan voor dat je een kwalitatieve olie kiest. Arachide-olie of een aangepaste frituurolie zijn aangewezen. Olijfolie dient niet om te frituren!!! Ja, Italiaans doen is in, en ja, olijfolie hoort daar bij, en ja, olijfolie is gezonder. Maar olijfolie kan niet tegen de hoge temperaturen.

Frieten worden 2 maal gebakken.
De eerste maal bakken we voor aan een 130 tot 150 °C. De eerste bakbeurt dient vooral om de aardappel te garen en het vocht uit de friet te drijven. Bak een portie gedurende een 6-tal minuten voor. Laat de frieten daarna een half uurtje afkoelen in een schaal met huishoudpapier.

De tweede maal bak je de frieten aan 180°C tot ze goudbruin zijn.

Let er op dat je tijdens 2 bakbeurten de frituurketel tijd geeft om opnieuw de juiste temperatuur te krijgen. Te lage temperatuur zorgt dat de friet nog langer moet bakken waardoor er teveel vet in de friet blijft zitten.

Smakelijk!

Pop-per-de-plop-corn

bijgerecht 2 Comments »

Roosje vroeg me per mail hoe je zoete popcorn maakt.
Zoete popcorn? Ja, popcorn met suiker gecarameliseerd.

Dus heb ik vanavond eens wat popcorn gehaald en wat getest.

Normaal zeggen ze dat je popcorn moet poffen met suiker erbij. Terwijl de suiker carameliseert, wordt je maïs warm genoeg en poffen ze met lekker wat caramel errond. Het risico is dat je suiker verbrandt tegen de tijd dat je maïs poft.

Maar dat kan je eenvoudig oplossen.

Neem 2 lepels maïs en pof ze in een gesloten en hete kookpot.
Giet daarna je popcorn in een andere kom.
Doe 2 lepels water en 1 lepel suiker in je kookpot.
Even doorroeren en je vuur opnieuw maximum verwarmen.
Voeg onmiddellijk je popcorn toe en blijf goed roeren tot je suiker mooi goud kleurt.

Voilà, zo eenvoudig is het.

De suiker kleeft zich aan de popcorn door alles te verwarmen carameliseert de buitenlaag.

Nu nog een film huren …

Keukenhulp

must-have 5 Comments »

Iedereen kan wel eens een helpende hand in de keuken gebruiken. Eén van die hulpjes die je kan gebruiken is een keukenrobot. “Keukenrobot” is een vreemde term, en slaat heus niet op CP3O uit de Star-Wars films. Keukenrobots zijn toestellen in de keuken die diverse taken aankunnen, van degen kneden, beslagen kloppen, wortels raspen, tot vlees malen, zeg maar.

Keukenrobots zijn niet zo goedkoop, en er eentje kopen is ook niet zo evident. Je moet diverse zaken tegen elkaar afwegen, en eigenlijk weet je nog niet waarvoor je je robot kan gebruiken, of waarvoor je hem wil gebruiken. Ik heb niet de intentie om te zeggen welke robot je moet kopen of welke de beste is, maar wel om een overzichtje te geven van de voor en - nadelen. Verder wil ik toch wel even toelichten waar je moet op letten.

Waar moet je op letten?

Waarvoor ga je je toestel vooral gebruiken? Een toestel heeft als basis altijd een mengkom en drie mengtoebehoren: een klopper voor beslagen, een mengvlinder en een deeghaak.
Voor luchtige beslagen:
- een garde met veel draden. Meer draden = meer lucht in je beslag.
- een stevige garde. Let erop dat de draden stevig vast zitten in de basis.
- planeetklopper. Een klopper moet elke plaats in je mengkom bereiken. Een planeetmenger draait op een dubbele schijf en heeft zo een groter bereik.
- hoogte van de garde. De garde moet hoog genoeg zijn: zorg ervoor als het maximum volume aan beslag in de mengkom zit, de bovenzijde van de klopper boven het beslag komt. Zoniet krijg je een twee lagen in je beslag.
- hoogte van de kom. Voor beslagen is het belangrijk een hoge kom te kiezen. Anders vliegt er vast wel eens het één of ander tegen je muren :)

Voor vaste beslagen:
- Nogmaals: een stevige vlinder. Als je cakebeslag klopt, komt er wel heel wat kracht op te zitten.
- Ook hier is het belangrijk er op te letten dat je een planeetmenger hebt. Dat is heel belangrijk om er voor te zorgen dat je beslag goed gemengd wordt.

Voor degen:
- Degen hebben nood aan een bredere kom, om zo te vermijden dat je deeg te snel opwarmt.
- De deeghaak. Er zijn doorgaans twee soorten deeghaak: spiraal en de vlakke haak. De spiraal geniet het voordeel omdat deze beter het deeg bewerkt, en het deeg gaat zich minder snel rond de haak nestelen.

Hoe vaak ga je je machine gebruiken? Hoe frequenter je je machine gebruikt, hoe groter je investering mag zijn. Als je amper nood hebt aan een machine, hoef je er toch geen te kopen? Bovendien moet je ook je machine aanpassen aan het volume dat je gaat verwerken. Hoe groter je beslagen en degen, hoe zwaarder je machine moet zijn qua motor.

Maak je veel degen, dan kan je beter kiezen voor een aparte kneedmachine. Anders ga je je machine teveel belasten en riskeer je je motor te verbranden.

KitchenAid

KitchenAid is een Amerikaans merk. Gekend om zijn retrolook enerzijds, en om zijn sterke motor anderzijds. Persoonlijk vind ik de garde niet ideaal: vrij klein met weinig draden. De brede kom biedt voordelen voor degen, minder voor beslagen.

Er zijn 2 soorten: de kleine hebben een kantelende kop, de grotere hebben een komlift.

De KitchenAid heeft bovendien heel wat extra accesoires. Gehaktmolens, pastamachines, roomijsmaker, worstenvuller, centrifuge, groenterasp, … Al deze onderdelen worden via een front-access aangekoppeld, waarbij ik echter al heb ervaren dat de extra’s minder stevig staan.

Er is een 4,2 liter, 4,8 liter en een 5,7 liter versie.

Kenwood

Kenwood heeft de laatste jaren enkele nieuwe modellen uitgebracht. zo is de Prospero een model die meer toegespitst is op deegverwerking, met een bede kom en een nieuwe overbrenging. De Patissier is dan weer een machine voor kleine beslagen, met een design die doet denken aan de KitchenAid.

Er zijn versies van 4 tot 6,7 liter. Opvallend zijn de zwaardere motoren tov de KitchenAid. Dat is vooral nodig voor de hogere mengkom, waardoor een grotere belasting ontstaat. De deeghaak is niet ideaal, de Kenwood is zelfs niet aan te bevelen voor groter degen.

Er zijn diverse accesoires beschikbaar: fruitpers, centrifuges, groentesnijders, blenders, gehaktmolen, pastamachine, …

Dit zijn de twee meest courante modellen. Heb je een ander model gezien en wil je meer informatie? Laat iets weten!

Ouwe-meetjesvlees

desserts 14 Comments »

Of nunnebill’n. Maar ook en vooral gekend als marshmellows.

marshmellows

Onlangs zag ik SOS Piet ze maken. En ik had er gelijk weer zin in om ze ook eens te maken.
De basis is eigenlijk vrij simpel: een meringue Italiènne met gelatine.

Recept:

- 500 g suiker
- 350 g water
- 100 g glucose
- 3 eiwitten
- 20 g gelatineblaadjes (blaadjes, ja!!!! Geen poeder. Blaadjes!!!)

Strooipoeder:
- 50 g bloemsuiker
- 50 g maïszetmeel (Maïzena, zoals ze dat noemen … )

Bereiding:
- zet een diepe, schotel klaar voor de marsmellows. Bestrooi de bodem met het strooipoeder

marshmellows

- week de gelatine in koud water. Plaats het gerust in de frigo.
- breng suiker, water en glucose aan de kook.
- giet de eiwitten in een kom, klaar om op te kloppen.
- gebruik een suikerthermometer om de temperatuur te controleren.

marshmellows

- als de siroop 115°C heeft bereikt, begin je het eiwit met de elektrische garde op te kloppen

marshmellows

- zodra de siroop 121°C heeft, giet je ze straalsgewijs op de eiwitten, terwijl je de eiwitten verder blijft kloppen. (als je stopt met kloppen, krijg je suikerklontjertjes, en die vind je niet terug in de echte marsmellows, hé)

marshmellows

- blijf rustig verder kloppen gedurende een viertal minuutjes
- terwijl je zachtjes verder klopt, voeg je één voor één de uitgeknepen blaadjes gelatine toe.
- dankzij de warmte van het eiwit, hoef je de gelatine niet te smelten.
- na 1 minuut rustig verder te kloppen, stort je het mengsel in je schotel.

marshmellows

- plaats een half uur in de frigo.
- snij in ‘eetbare’ blokjes met een geolied mes.
- rol alles in het strooisel zodat alle kanten mooi ingerold zijn.

Ideaal is het als je de marshmellows 1 of 2 dagen laat drogen. Maar wie kan het snoepgoed nu zolang laten liggen??

marshmellows

veel snoepplezier!!

Ganache

desserts No Comments »

Ik was gisteren aan het bellen met een vriendin van me, en hoe geweldig ze kokeneten.be wel vond. Nu bleek ze op zoek te zijn naar een goed recept voor ganache. En terwijl ik deze morgen de website open, zie ik al gelijk een recept met chocolade.

Het ziet er dus naar uit dat het ‘chocoladeweekend’ wordt.

Javanais

Ganache is een term die je niet zo vaak hoort in de huiselijke keuken of in de keuken van een doorsnee restaurant. Het is eigenlijk vooral een term uit de banketbakkerswereld. Enerzijds slaat het op een pralinevulling op basis van room, vetstof en chocolade. Anderzijds wordt het gebruikt voor de afwerking van banketgebak zoals Javanais, chocoladetaarten, … En die laatste gaan we vandaag maken.

Ingrediënten

  • 150 gr room
  • 50 gr suiker
  • 50 gr glucose
  • 125 gr chocolade
  • 50 gr boter

Bereidingswijze

- Kook de room, suiker en glucose onder voortdurend roeren
- Zodra de room kookt, haal je je pot van het vuur en voeg je al roerend de chocolade onder
- Na een tiental minuten voeg je de boter in kleine klontjes toe.
- Niet roeren vooraleer de boter volledig gesmolten is!
- Het geheel een nacht laten opstijven in een frisse plaats (kelder, berging, …)
- De volgende dag gewoon zachtjes smelten in de microgolfoven.

- Afgesloten kan je deze ganache 14 dagen bewaren in de koelkast.

Tips

- Room: gebruik geen ‘culinaire room’, maar een zuivere room met minstens 35% melkvetgehalte. Culinaire room bevat extra toevoegsels waardoor je ganache ofwel korrelig wordt, ofwel schift.
- Glucose: glucose vind je vooral in betere kookshops of in speciaalzaken zoals Het Gents Bakkershuis of bij de betere bakker. :) Anders gebruik je 40 gr gewone suiker en 10 gram honing.
- Chocolade: Ik gebruik meestal een iets bitterdere chocolade hiervoor. Daardoor komt de smaak van de chocolade meer op de voorgrond. Callebaut heeft daarvoor een type 815 op de markt. Die bevat 60% Cacaomassa, 41% suiker en 35% vet.
- Doorgaans werk ik liefst met chocoladedruppels. Deze smelten vlot en ook de verwerking voor andere zaken (chocolademousse, cake, versieringen) gaat ook gemakkelijker. Callebaut verkoopt die onder andere via Makro in zakken van 2,5 kg. Anders moet je je chocolade verhakken in kleinere stukken.
- Boter: boter is boter. Zo simpel is dat. Ik gebruik geen margarine (bevat andere ingrediënten waardoor je ganache korrelig kan smaken), maar ik vermoed dat Alpra Soja wel iets in haar assortiment heeft.
-Roomijs! Voor chocoladesaus voor op die lekker Dame Blanche voeg je gewoon 75 gr extra room toe.

Smakelijk!

Persen

must-have 2 Comments »

Af en toe kom je wel eens een recept tegen waar je ‘een weinig’ of ‘enkele druppels’ citroensap moet toevoegen. Je kan in de supermarkt uiteraard wel zo’n flesje citroenextract kopen, maar uiteraard ga je voor het echte sap.

Maar welke citroenpers gebruik je dan? Het ganse electrische aparaat voor 1 citroen uit te persen? Nee, want er bestaan nog altijd heel wat kleine persen waarvoor je weinig meer dan een stevige hand nodig hebt.

Ik gebruik een eenvoudig handmodel als citruspers. Nu ja, ik heb er eigenlijk wel meerdere liggen. Sommige waren geschenken, andere vond ik dan in één of andere speciaalzaak en leken me toen wel handig, en er zit zelfs één designding bij. Moet ik nog vertellen dat ik iets heb met citruspersen?

pers 1
Dit is mijn favoriet. Hij staat stabiel op het werkblad, heeft vrij grove tanden op de persrondel, en bevat een goeie zeef, die zowel pitten als overtollig vruchtvlees tegen houdt.

pers 2
Dit is een eenvoudiger model. Heel handig, en het ligt ook goed in de hand. Ideaal voor citroenen, maar minder gepast voor sinaasappels. Bovendien verkleurt het hout nogal vrij snel. Er bestaat evenwel een plastic versie van.


Nigella Lawson heeft in haar collectie dit toestelletje. Ook heel handig, en het bestaat zowel in een plastic als in een keramische uitvoering. Nadeel vind ik de nogal ‘platte’ tanden op de persrondel. Doordaar is het minder evident om snel veel sap te persen. Het lijkt wel alsof je je citrusvrucht ‘uitwrijft’.

pers 4
Dit vind ik een minder handig model. Het staat niet zo stabiel op tafel (lees: het valt nogal gemakkelijk om, waardoor je je sap van het werkblad mag aflebberen). Bovendien is de perspunt niet zo heel sterk. De zeef is ook niet zo om over naar huis te schrijven…

pers 5
Ook één van mijn favorieten. Heel mooi en handig. Wel nogal groot en dus moet het meestal op het werkblad blijven staan. Bovendien bestaan er al heel wat versies van, waardoor het soms zoeken is naar een goed en stevig model.
Een compacter model is dit model.

pers 7
Leuk, maar niet bedoeld voor grote hoeveelheden sap. Eerder bedoeld om iets op smaak te brengen met een weinig citroensap. Bovendien kan je je citroen niet volledig uitpersen.

En tot slot: hét designmodel. Van de hand van Philippe Starck, en geproduceerd door Alessi. Meer dan 17 jaar na datum is dit nog altijd het symbool van design in de citruspersindustrie. In 2000 werden er 10 000 gemaakt in bladgoud en genummerd, ter ere van zijn tiende verjaardag.
De Juicy Salif. De pers der persers. Al moet ik toegeven dat hij er bij mij meer staat als decoratie dan als pers.

juicy salif

Feesttaart

desserts 3 Comments »

taart.jpg

Soms moet je snel zijn om een foto te nemen. En soms kom je net iets te laat.

Zoals nu.

Nadat Piet zijn mama vorige week een echte ‘gateaux’ gemaakt had ( die Piet zo naar de vaantjes hielp ), had mijn moeder maar 1 verzoek voor moederdag: een echte moederdaggateaux. Eén voorwaarde: een heel simpele afwerking.

Dus ben ik maar aan de slag gegaan.

Ingrediënten voor het biscuit:
Voor 10 personen
- 4 eieren
- 6 dooiers
- 240 gram suiker
- 200 gram bloem
- 5 druppels citroensap
- de zaadjes van een halve vanillestok.

Bereidingswijze:
oven
- de oven voorverwarmen op 190 graden

vorm
- de vorm insmeren met een zachte boter ( niet gesmolten ) en in de frigo plaatsen
- de vorm nogmaals insmeren en bebloemen.

beslag
- de eieren en de dooier in een kom doen
- de suiker, citroensap en vanille toevoegen
- dit alles héél luchtig kloppen, liefst met een elektrische klopper, tot een witte schuimige massa bekomen is
- de bloem zachtjes onderspatelen.
- het beslag voorzichtig in de vorm brengen

Afbakken
- gedurende 15 minuten aan 190 graden
- gedurende 10 minuten aan 170 graden

Afwerking
De afwerking is vaak het moeilijkste.
- Klop een halve liter room op met 60 gram kristalsuiker.
- Snij het biscuit in drie gelijke schijven.
- Vul met een weinig slagroom.
- strooi er telkens gehakte vruchten tussen: ananas, aardbeien, frambozen, …
- bestrijk de buitenzijde met slagroom en werk af naar voorkeur.

Tips
- Rein materiaal: in een kom die vet aanvoelt kan je je eieren nooit luchtig opkloppen.

- Bloem: ik gebruik een gewone patisserie bloem. Geen zelfrijzende bloem. Eventueel kan je 30 gram bloem vervangen door aardappelzetmeel ( !! geen maïzena = maiszetmeel !! ), om zo een nog iets stevigere structuur te hebben.
- Wees voorzichtig met het ondermengen van de bloem. Te lang mengen doet je beslag invallen. Te kort mengen betekent meer kans op bloemklontertjes.

- Weeg eerst alles af, zet je vorm volledig klaar en verwarm je oven. Pas dan begin je aan je beslag. Het beslag maken duurt amper 10 minuten.

- Als je de suiker bij je eieren giet moet je onmiddellijk beginnen met het kloppen. De suiker doet anders je dooier ‘verbranden’, waardoor je vieze klontertjes krijgt in je taart.

- Maak je biscuit 1 dag op voorhand. Zo is hij zeker mooi afgekoeld. Bovendien gaat je biscuit beter smaken.

- Voor chocoladebiscuit vervang je 40 gram bloem door 50 gram cacaopoeder.

- gebruik altijd een room met minstens 40% V.G. Andere room klopt veel moeilijker op en zal sneller verkleuren.

Veel plezier!



   Template By:  Sadh Web Directory    

Entries RSS Comments RSS